Nederlandse Floorball en Unihockey BondLogo NeFUB
Partners:

International Floorball Federation
NOC*NSF
Nederlandse Loterij
Zone
Floorball Academie Nederland

Hoofdstuk 5: Spelhervattingen

Ga naar hoofdstuk:   1  |  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  

501 Algemene regels bij spelhervattingen
1) Als het spel onderbroken is, wordt het hervat volgens de regels die gelden voor de oorzaak van de onderbreking.
Een spelhervatting bestaat uit een face-off, een vrije slag, een inslag of een strafbal.

2) De scheidsrechter geeft ÚÚn fluitsignaal en het voorgeschreven teken en hij geeft de plaats aan voor de spelhervatting. Het spel mag hervat worden na het fluitsignaal als de bal op de juiste positie stil ligt.
De scheidsrechters geven eerst het gevolgteken en dan een mogelijk teken voor de overtreding. Het teken voor de overtreding zal alleen gegeven worden als dat nodig wordt geacht, echter altijd bij overtredingen leidend tot straffen en strafballen. Als naar de mening van de scheidsrechters het spel er niet door be´nvloed wordt, hoeft een vrije slag of inslag niet op exact de juiste plaats genomen te worden en hoeft de bal niet helemaal stil te liggen.

3) Een spelhervatting mag niet onredelijk worden vertraagd.
De scheidsrechters bepalen wat als onredelijk wordt ervaren. Als een spelhervatting wordt vertraagd, zullen de scheidsrechters de speler indien mogelijk waarschuwen voordat actie wordt ondernomen.

502 Face-off (802)
1) Een face-off wordt genomen bij de start van een nieuwe spelperiode en om een op correcte wijze gemaakt doelpunt te bevestigen. Een face-off wordt vanaf de middenstip genomen.
Een doelpunt gemaakt tijdens extra tijd of gemaakt uit een strafbal in de strafballenserie of uit een strafbal na afloop van een spelperiode wordt niet bevestigd met een face-off. Bij een face-off vanaf de middenstip moet elk team aan de eigen zijde van de middellijn staan.

2) Als het spel onderbroken wordt en aan geen van de teams kan een inslag, vrije slag of strafbal toegekend worden, dan wordt het spel vervolgd met een face-off.

3) De face-off wordt genomen op de face-off plaats die het dichtst bij de plaats is waar de bal voor de onderbreking was.

4) Alle spelers, behalve degenen die de face-off nemen dienen, zonder dat de scheidsrechters hiertoe moeten aanmanen, op tenminste 3 m afstand van de bal te staan, inclusief hun sticks. Voor een face-off moeten de scheidsrechters controleren of beide teams klaar zijn en de spelers op de juiste posities staan.

5) Een face-off wordt genomen door ÚÚn veldspeler van elk team. De spelers dienen tegenover de korte zijde van de helft van de tegenstander te staan en mogen elkaar niet aanraken voor het nemen van de face-off. De voeten dienen loodrecht ten opzichte van de middenlijn geplaatst te worden. Beide spelers dienen hun beide voeten op gelijke afstand van de middenlijn te hebben. De sticks dienen met een normale grip vastgehouden te worden met beide handen boven de markeringslijn op de stick. De bladen dienen loodrecht ten opzichte van de middenlijn geplaatst te worden aan beide kanten van de bal, maar zonder de bal te raken.
Normale grip betekent zoals de speler zijn stick tijdens het spel vasthoudt. De speler van het verdedigende team kiest aan welke zijde van de bal hij zijn stick plaatst. Als de face-off op de middenlijn is, kiest de speler van het bezoekende team. De bal moet tussen het midden van de bladen liggen. Als een speler tijdens de face-off de aanwijzingen van de scheidsrechter niet opvolgt, moet de face-off genomen worden door een andere speler die in het veld staat. In geval van een geschil over een vervanging van een speler voordat een face-off genomen wordt, is het uitspelende team verplicht zijn vervanging eerst uit te voeren.

6) Uit een face-off kan direct een doelpunt gemaakt worden.

503 Gebeurtenissen die leiden tot een face-off
1) Als de bal onopzettelijk beschadigd is geraakt.

2) Als de bal niet op een correcte manier speelbaar is.
De scheidsrechters dienen de speler echter altijd gelegenheid te geven de bal op een correcte manier te spelen voor het spel onderbroken wordt.

3) Als de boarding uit elkaar is geraakt en de bal komt in de buurt van de losgeraakte stukken.

4) Als een doel onopzettelijk verplaatst is en niet binnen afzienbare tijd kan worden terug gezet.
De keeper is verantwoordelijk voor het terugplaatsen van het doel zodra dit redelijkerwijs mogelijk is.

5) Als een ernstige blessure optreedt of een geblesseerde speler direct het spel be´nvloedt.
De scheidsrechters bepalen wat een ernstige blessure is, maar zodra dit het geval lijkt te zijn, dient het spel ogenblikkelijk te worden stilgelegd.

6) Als zich een buitengewone situatie voordoet.
De scheidsrechters bepalen wat als een buitengewone situatie wordt beschouwd, maar hieronder vallen, naast andere gebeurtenissen, in ieder geval: onbevoegde personen of objecten in het speelveld, het licht dat (gedeeltelijk) uitgaat, een fluitsignaal dat per ongeluk klinkt of wanneer de bal de scheidsrechter raakt en dit een significante invloed heeft op het spel.

7) Als een doelpunt wordt afgekeurd zonder dat het afgekeurde doelpunt voorafgegaan is door een overtreding die leidt tot een vrije slag.
Hieronder valt ook de situatie waarin de bal in het doel gaat zonder de doellijn van de voorkant gepasseerd te hebben.

8) Als een strafbal niet tot een doelpunt leidt.
Hieronder valt ook een strafbal die niet op correcte manier genomen is.

9) Als een uitgestelde tijdstraf wordt uitgevoerd omdat het team in overtreding in balbezit komt.
Hieronder valt ook de situatie waarin naar mening van de scheidsrechters het team dat niet in overtreding is, tijd probeert te rekken.

10) Als een overtreding wordt geconstateerd tijdens het spel die niet direct met het spel in verband staat, maar die is begaan of opgemerkt tijdens het spel.
Een voorbeeld is dat een speler die een lopende tijdstraf dient uit te zitten het veld vroegtijdig betreedt.

11) Als de scheidsrechters niet kunnen bepalen voor welk team de inslag of vrije slag is.
Hieronder valt ook de situatie waarbij spelers van beide teams tegelijk overtredingen begaan.

12) Wanneer de scheidsrechters menen dat hun beslissing niet juist is.

504 Inslag
1) Als de bal het speelveld verlaat wordt een inslag toegekend aan het team dat geen overtreding maakte.
Het team in overtreding is het team wiens speler of uitrusting als laatste de bal raakte voor deze het speelveld verliet. Hieronder wordt ook begrepen wanneer een speler zonder de bal te raken tegen het net slaat om zo de bal uit het net te verwijderen.

2) Een inslag wordt genomen op de plaats waar de bal het speelveld verliet, uiterlijk 1,5 m van de boarding. Een inslag wordt nooit genomen achter het verlengde van de doellijn.
Wanneer, naar de mening van de scheidsrechters het spel niet nadelig wordt be´nvloed, hoeft de bal niet geheel stil of op exact de juiste positie te liggen. Als een team er voordeel bij heeft om de inslag op minder dan 1,5 m van de boarding te nemen dan mag dat. Als de bal het speelveld verlaat achter het verlengde van de doellijn, wordt de inslag genomen vanaf de dichtstbijzijnde face-off plek. Als de bal het plafond of objecten boven het speelveld raakt, dient de inslag op 1,5 m van de boarding genomen te worden op dezelfde afstand tot de middellijn.

3) De tegenstanders dienen zich inclusief stick, zonder aanmaning van de scheidsrechter, op tenminste 3 m afstand van de plaats van de inslag te begeven.
De speler die de inslag neemt hoeft niet te wachten tot de tegenstanders hun posities hebben ingenomen maar als de bal gespeeld wordt terwijl de tegenstander bezig is op correcte wijze positie te nemen, zal verder geen actie genomen worden.

4) Een inslag wordt genomen met een stick. De bal dient geslagen te worden en mag niet gepusht of gelift worden.

5) De speler die de inslag neemt, mag de bal niet nog een keer raken voordat de bal aangeraakt is door een andere speler of de uitrusting van een andere speler.

6) Een inslag mag rechtstreeks in het doel gaan.

505 Gebeurtenissen die leiden tot een inslag
1) Als de bal over de boarding gaat of het plafond of objecten boven het speelveld raakt.

506 Vrije slag (804)
1) Als een overtreding leidend tot een vrije slag wordt begaan, zal een vrije slag worden toegekend aan het team dat de overtreding niet beging.
Voor overtredingen leidend tot een vrije slag wordt indien mogelijk de voordeelregel toegepast. Dit houdt in dat, als het team dat niet in overtreding is na de overtreding de bal onder controle houdt, ze de gelegenheid krijgt verder te spelen als dit meer voordeel oplevert dan een vrije slag. Als de voordeelregel wordt toegepast en het spel wordt daarna onderbroken omdat het team dat de overtreding niet beging balverlies leidt, zal de vrije slag worden genomen waar de laatste overtreding is begaan.

2) Een vrije slag wordt genomen op de plaats van de overtreding maar nooit achter het verlengde van de doellijn of binnen 3,5 m van het doelgebied.
Wanneer, naar de mening van de scheidsrechters het spel niet nadelig wordt be´nvloed, hoeft de bal niet geheel stil of op exact de juiste positie te liggen. Een vrije slag binnen 1,5 m van de boarding mag 1,5 m van de boarding genomen worden. Bij een vrije slag achter het verlengde van de doellijn wordt de vrije slag genomen vanaf de dichtstbijzijnde face-off plek. Een vrije slag binnen 3,5 m van het doelgebied wordt genomen op 3,5 m buiten het doelgebied op de imaginaire lijn die vanuit het midden van het doel door de plaats van de overtreding gaat, zo een 0,5 m overhoudend voor de muur en 3 meter vrije ruimte tot de vrije slag. In dit geval heeft het verdedigende team het recht om een verdedigende muur te vormen net buiten het doelgebied. Als het aanvallende team dit voorkomt of belemmert, wordt een vrije slag toegekend ten voordele van het verdedigende team. Het aanvallende team mag zijn spelers voor de verdedigende muur opstellen.

3) De tegenstanders dienen zich inclusief stick, zonder aanmaning van de scheidsrechter, op tenminste 3 m afstand van de plaats van de vrije slag te begeven.
De speler die de vrije slag neemt, hoeft niet te wachten tot de tegenstanders hun posities hebben ingenomen, maar als de bal gespeeld wordt terwijl de tegenstander bezig is op correcte wijze positie te nemen, zal verder geen actie genomen worden.

4) Een vrije slag wordt genomen met een stick van een veldspeler. De bal dient geslagen te worden en mag niet gepusht of gelift worden.

5) De speler die de vrije slag neemt mag de bal niet nog een keer raken voordat de bal aangeraakt is door een andere speler of de uitrusting van een andere speler.

6) Een vrije slag mag rechtstreeks in het doel gaan.

507 Overtredingen die leiden tot een vrije slag
1) Als een speler de stick van een tegenstander slaat, blokkeert, lift of trapt. (901, 902, 903, 912)
Als de scheidsrechter vindt dat de speler eerst de bal speelde voordat tegen de stick werd geslagen, volgt geen actie.

2) Als een speler een tegenstander of diens stick vasthoudt. (910)

3) Als een veldspeler met zijn blad boven zijn taille komt in achterzwaai voor het spelen van de bal of in voorzwaai na spelen van de bal. (904)
Hieronder vallen ook schijnbewegingen. Een hogere zwaai is geoorloofd als er geen andere spelers in de buurt zijn en er geen gevaar om geraakt te worden bestaat. Met taillehoogte wordt bedoeld de hoogte van de taille bij gewoon rechtop staan.

4) Als de veldspeler een willekeurig onderdeel van zijn stick of zijn voeten gebruikt om de bal boven kniehoogte te spelen of te proberen te spelen. (904, 913)
De bal met de dij stoppen wordt niet beschouwd als boven de knie spelen, tenzij het gevaarlijk wordt geacht. Onder kniehoogte wordt verstaan de hoogte van de knieŰn bij gewoon rechtop staan.

5) Als een veldspeler zijn stick, been of voet tussen de benen of voeten van een tegenstander plaatst. (905)

6) Als een speler in balbezit of tijdens een poging de bal te krijgen een tegenstander duwt anders dan schouder tegen schouder. (907)

7) Als een speler die in balbezit is, probeert de bal te krijgen of probeert een betere positie te krijgen, in achterwaartse beweging tegen een tegenstander oplooptof een tegenstander belet te lopen in de richting die hij wil. (908, 911)
Hieronder valt ook wanneer het aanvallende team het vormen van een verdedigende muur voorkomt of hindert bij een vrije slag toegekend binnen 3,5 m van de doelgebied.

8) Als een veldspeler de bal tweemaal achter elkaar met zijn voeten speelt tenzij de bal tussendoor is aangeraakt door de stick van de speler, een andere speler of de uitrusting van een andere speler. (912)
Dit is alleen een overtreding als dit volgens de scheidsrechters beide keren opzettelijk gebeurde.

9) Als een veldspeler zich in het doelgebied bevindt. (914)
Een veldspeler mag door het doelgebied lopen als dit in de ogen van de scheidsrechters het spel niet be´nvloedt en de keeper niet gehinderd wordt.
Als, bij een vrije slag van de tegenstander rechtstreeks gericht op het doel, een veldspeler van het verdedigende team in het doelgebied is, in het doel zelf of, als het doel verplaatst is, in het gebied waar het doel normaal staat, wordt altijd een strafbal toegekend.
Een veldspeler wordt beschouwd in het doelgebied te zijn als een deel van zijn lichaam het gebied binnen het doelgebied raakt. Als alleen de stick in het doelgebied is, dan is er geen overtreding. De lijnen horen ook tot het doelgebied.


10) Als een speler opzettelijk het doel van de tegenstander verplaatst. (914)

11) Als een speler passief de uitworp van de keeper blokkeert. (915)
Dit is alleen een overtreding als de speler in het keepersgebied is of zich binnen 3 m van de keeper bevindt, te meten vanaf de plaats waar de keeper balbezit kreeg. Passief houdt in onopzettelijk of door nalaten uit de weg te gaan.

12) Als een speler springt en de bal stopt. (916)
Springen wil zeggen dat beide voeten los komen van de grond anders dan in een rennende beweging. Over de bal heen springen is toegestaan als de bal daarbij niet geraakt wordt.

13) Als een speler de bal speelt terwijl hij zich buiten het speelveld bevindt. (geen teken)
Buiten het speelveld wil zeggen ÚÚn of beide voeten buiten de boarding. Als een speler tijdens een wissel van buiten het speelveld de bal speelt wordt dit beschouwd als te veel spelers in het veld. Als een speler die niet betrokken is bij een wissel vanuit de wisselzone de bal speelt wordt dit beschouwd als spelbederf.
Het is toegestaan buiten het speelveld om te lopen, maar de bal mag daar vandaan niet gespeeld worden.


14) Als de keeper bij een uitworp het keepersgebied geheel verlaat. (917)
In dit geval wordt de keeper niet beschouwd als veldspeler. Onder geheel verlaten wordt verstaan dat de keeper met geen enkel lichaamsdeel nog contact heeft met het keepersgebied. De uitworp is voltooid als de keeper de bal los laat. Als hij het keepersgebied hierna verlaat, wordt geen actie genomen. Deze regel is ook van toepassing als de keeper de bal verkrijgt binnen het keepersgebied en daarna met zijn gehele lichaam uit het keepersgebied glijdt. De lijnen horen ook tot het keepersgebied.

15) Als de keeper de bal over de middellijn gooit of schopt. (917)
Dit is alleen een overtreding als de bal niet eerst de vloer, de boarding, een andere speler of de uitrusting van een andere speler raakt voordat hij over de middellijn gaat. De bal moet volledig over de middellijn zijn.

16) Als een face-off, inslag of vrije slag verkeerd wordt uitgevoerd of opzettelijk wordt vertraagd. (918)
Hieronder valt ook wanneer het team dat niet in overtreding was de bal wegneemt als het spel stilligt of als de bal gepusht of gelift wordt. Als een inslag of vrije slag van de verkeerde plaats wordt genomen of als de bal niet geheel stil ligt, mag hij opnieuw genomen worden. Als naar de mening van de scheidsrechters het spel er niet door be´nvloed wordt, hoeft een vrije slag of inslag niet op exact de juiste plaats genomen te worden en hoeft de bal niet helemaal stil te liggen.

17) Als de keeper de bal meer dan drie seconden in zijn bezit houdt. (924)
De bal neerleggen en weer oppakken wordt beschouwd als de hele tijd in bezit houden.

18) Als de keeper een pass ontvangt of de bal pakt van een medespeler. (924)
Dit zal alleen als een overtreding worden beschouwd als de pass volgens de scheidsrechters bewust is. Ontvangen houdt in dat de keeper de bal met zijn handen dan wel met zijn armen aanraakt, zelfs als hij de bal daarvoor mogelijk met enig ander deel van zijn lichaam heeft aangeraakt of gestopt. Een keeper mag een pass van een medespeler ontvangen als de keeper volledig buiten het keepersgebied is ten tijde van het ontvangen van de pass en daarmee als een veldspeler beschouwd wordt. Als de keeper het keepersgebied volledig verlaat, de bal stopt, teruggaat naar zijn keepersgebied en de bal oppakt, zal dit niet als een pass naar de keeper worden beschouwd.
Een pass naar de keeper wordt niet beschouwd als een doelsituatie en kan niet tot een strafbal leiden.


19) Als een tijdstraf wordt uitgedeeld voor een overtreding begaan met betrekking tot het spel. (voorgeschreven teken)

20) Als een speler het spel vertraagt. (924)
Hieronder valt ook een veldspeler die, met de bedoeling tijd te rekken, zichzelf dusdanig tegen de boarding of het doel plaatst dat de tegenstander de bal niet op een toegestane manier kan bereiken. Hieronder valt ook wanneer de keeper de bal blokkeert door het doelnet. Indien mogelijk moet de speler hiervoor gewaarschuwd worden voordat actie ondernomen wordt.

508 Strafbal (806)
1) Een strafbal wordt bij een overtreding die tot een strafbal leidt gegeven aan het team dat niet in overtreding was.
Als een strafbal is toegekend tijdens een uitgestelde tijdstraf of toegekend bij een overtreding die tot een tijdstraf leidt zullen de regels voor tijdstraffen in combinatie met strafballen ook van toepassing zijn.

2) Een strafbal wordt genomen vanaf de middenstip.

3) Alle spelers, uitgezonderd degene die de strafbal gaat nemen en de verdedigende keeper, moeten zich tijdens de strafbal in hun wisselvak bevinden. De keeper staat op de doellijn bij aanvang van de strafbal.
In het geval van een geschil zal de keeper als eerste het speelveld betreden. De keeper mag niet vervangen worden door een veldspeler. Als de keeper een overtreding begaat tijdens de strafbal wordt een nieuwe strafbal toegekend en een eventuele voorgeschreven tijdstraf uitgevoerd. Als een andere speler van het team in overtreding nog een overtreding begaat tijdens de strafbal wordt een nieuwe strafbal toegekend en wordt de overtreding beschouwd als spelbederf.

4) De speler die de strafbal uitvoert mag de bal zo vaak raken als hij wil maar de bal moet voorwaarts bewegen gedurende de gehele uitvoering van de strafbal. Zodra de keeper de bal heeft aangeraakt mag de speler die de strafbal neemt de bal niet meer aanraken.
De speeltijd wordt gedurende de gehele uitvoering van de strafbal stilgezet. Voorwaartse beweging houdt in van de middellijn af. Als de bal de voorkant van het doel raakt en via de keeper in het doel gaat wordt het doelpunt toegekend. Als de bal helemaal aan het begin van de strafbal naar achteren wordt getrokken wordt de strafbal onderbroken en opnieuw genomen.

5) Een twee-minuten tijdstraf opgelegd in samenhang met een strafbal wordt alleen op het wedstrijdformulier genoteerd als de strafbal niet leidt tot een doelpunt. De bestrafte speler moet op de strafbank zitten tijdens de strafbal.

509 Uitgestelde strafbal (807)
1) Een uitgestelde strafbal wordt toegepast als het niet in overtreding zijnde team, na de overtreding die tot een strafbal zou leiden, in balbezit blijft en een gerichte kans op het maken van een doelpunt behoudt.
Als een uitgestelde strafbal is toegekend tijdens een uitgestelde tijdstraf of toegekend bij een overtreding die tot een tijdstraf leidt, zullen de regels voor tijdstraffen in combinatie met strafballen ook van toepassing zijn. Een uitgestelde strafbal kan ook veroorzaakt worden door een overtreding die leid tot een tijdstraf, zelfs als er al een uitgestelde tijdstraf bezig is.

2) Een uitgestelde strafbal houdt in dat het team dat niet in overtreding is de mogelijkheid wordt geboden door te gaan met de aanval totdat de directe doelsituatie voorbij is.
Als een spelperiode of de wedstrijd eindigt tijdens een uitgestelde strafbal, wordt de strafbal alsnog uitgevoerd. Als het team dat de strafbal zou mogen nemen tijdens de uitgestelde strafbal een doelpunt maakt, dan vervalt de strafbal.

510 Overtredingen die leiden tot een strafbal
1) Als een doelsituatie wordt onderbroken of voorkomen door een overtreding van het verdedigende team, welke normaal tot een vrije slag of een tijdstraf zou leiden. (voorgeschreven teken)
De scheidsrechters bepalen wat een doelsituatie is. Overtredingen in het doelgebied leiden niet automatisch tot een strafbal. Een strafbal wordt altijd toegekend als het verdedigende team in een doelsituatie bewust het doel verplaatst of met te veel spelers in het speelveld is.
Als, bij een vrije slag van de tegenstander rechtstreeks gericht op het doel, een veldspeler van het verdedigende team in het doelgebied is, in het doel zelf is of, als het doel verplaatst is, in het gebied waar het doel normaal staat is, wordt altijd een strafbal toegekend.

Ga naar hoofdstuk:   1  |  |  3  |  4  |  5  |  6  |  7  |  8  |  9  



 
WKdames2007Supporters
WKdames2010warmlopen
U19 team in Weissenfels1

 


© Nederlandse Floorball Bond - Sportcentrum Papendal - Papendallaan 60 - 6816 VD Arnhem    meer... tel: +31 (0)26 48 34 440    meer... e-mail: info@nefub.nl